Bekwaamheid personeel ambulancezorg (2014-2016)

Opdracht: ontwikkelen van beleid voor het borgen van de bekwaamheid van de ambulanceverpleegkundige en van de verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg onder verantwoordelijkheid van de medisch managers ambulancezorg
Opdrachtgever: Ned.Ver.Medisch Managers Ambulancezorg (NVMMA)
Periode: april 2014 – oktober 2016

Fundament voor Bekwaamheidsbeleid:
In het ‘Fundament‘ wordt geschetst waarom en waarmee de verantwoordelijkheid van de medisch manager ambulancezorg (MMA) voor het bekwaam zijn en blijven van het uitvoerend personeel vorm krijgt. Het is opgebouwd uit een aantal elementen:

  • wet- en regelgeving, inclusief branche-afspraken en -regelingen;
  • uitgangspunten van de Inspectie voor de Gezondheidszorg;
  • onderscheid tussen initiële- en vervolg-bekwaamheid;
  • reikwijdte van rol en verantwoordelijkheid van de MMA; afbakening van die aspecten van het functioneren van de ambulancezorgverleners waarvoor de MMA verantwoordelijkheid draagt;
  • inhoudelijk element: als gesproken wordt over het borgen van bekwaamheid in het medisch inhoudelijke deel van de ambulancezorg, waarover spreekt men dan eigenlijk; naar welke onderdelen van het werk wordt gekeken en welke informatiebronnen zijn voor die borging nodig.

Het bekwaamheidsbeleid voor de ambulanceverpleegkundige (klik voor inzage in het document) is vastgesteld door de NVMMA. De organisatie van beroepsbeoefenaren V&VN Ambulancezorg heeft het stuk bestuurlijk geaccordeerd. Brancheorganisatie AZN heeft met de inhoud ervan ingestemd.

Het bekwaamheidsbeleid voor de verpleegkundig centralist is vastgesteld door de NVMMA en bestuurlijk geaccordeerd door V&VN Ambulancezorg. Ook de sectororganisatie AZN heeft inmiddels het beleid omarmd. Aan dit stuk is een document verbonden met enkele fundamentele vraagstukken die tijdens het ontwikkelen van het bekwaamheidsbeleid naar boven kwamen. Deze behoeven naar de mening van de NVMMA en V&VN Ambulancezorg aandacht in de actualisering van ‘Verantwoorde Ambulancezorg‘, het Uniform Begippenkader Ambulancezorg, de juridische positie van centralist in de meldkamer en de toekomstige wetgeving.

Na de ontwikkeling van het bekwaamheidsbeleid stelde de NVMMA een drietal werkgroepen in om onderdelen uit te werken van het instrumentarium om de bekwaamheid te kunnen borgen.
De werkgroep ‘Praktijkbeoordeling’ richtte zich op de beoordeling van de beroepsuitoefening door de individuele professional. In de notitie Beschouwing en Beoordeling van de Beroepspraktijk ligt de nadruk op intercollegiale toetsing als belangrijkste middel om de kwaliteit van de beroepsuitoefening te borgen.
De werkgroep ‘Minimale aantallen handelingen’ hield zich bezig met het formuleren van een minimum aantallen ‘verrichtingen’ die noodzakelijk zijn wil een ambulanceverpleegkundige voldoende vaardig blijven in voorbehouden en risicovolle handelingen. De bevindingen werden neergelegd in Kwantitatieve Maat voor Bekwaamheid.
De derde werkgroep richtte zich op het vormgeven van visitaties van assessments. De theoretische achtergronden van het begrip en een beschrijving van randvoorwaarden waaraan ‘assessments’ moeten voldoen staan beschreven in Beschrijven, Vergelijken & Beoordelen van Regionale Assessments.

Advertenties