CIVO, Hengelo (2010-2011)

444Opdracht: Structureren managementinformatie en kwantificering onderwijsproductie
Opdrachtgever: Centraal Instituut Verpleegkundig Vervolgonderwijs (CIVO) te Hengelo
Periode: 2010-2011

Achtergrond
Vanaf het moment dat het CIVO een zelfstandige organisatie werd, groeide de noodzaak meer inzicht te krijgen in de opbouw en de hoogte van de kostprijs en cursusprijs per eenheid onderwijsproduct.
Twee vragen waren hierbij van belang: a. wat kóst het; wat is de actuele prijs per eenheid product, binnen deze organisatie; b. wat mág het kosten: hierbij spelen efficiëncy, inzichten in hoe er geproduceerd kan of moet worden en de verhouding tot de concurrentie of collega’s (benchmark) een rol.
Beide vergden kwantificering van de onderwijsproductie of één of meer maten waarin die kan worden uitgedrukt (voorbeelden daarvan zijn lesuur, lesdag, lesweek, cursist, cursusgroep, contactuur, docentuur, vierkante meter leslokaal of kantoorruimte).

Urentabellen en normeringen
Eén van de basiselementen was een (les-) urentabel. Hierin werd het onderwijsprogramma kwantitatief en schematisch in onderdelen, lesdagen, contacturen en docenturen uitelkaar gehaald. Met een urentabel werd inzichtelijk hoeveel cursist- en docenturen (per categorie) een opleiding kent.
Ook was het nodig een zogeheten normering voor een gemiddeld docent (en/of categorie van docenten) te ontwikkelen. In die normering kwam tot uitdrukking hoeveel lesuren een docent gemiddeld geacht wordt te geven op een full time aanstelling, hoeveel voor- en nawerk daarvoor staat, en bijvoorbeeld hoeveel overleg, ontwikkeltijd en deskundigheidsbevordering. Op basis van een dergelijke normering kon de omvang van de totale formatie worden bepaald, maar ook de omvang van ieders individuele aanstelling.

Draaiboeken en taakverdeling secretariaat
Ook voor het opleidingsgebonden administratieve werk diende een maat te worden ontwikkeld. Basis daarvoor vormden draaiboeken van administratief-secretariële handelingen per cursusgroep van een opleiding en de raming van tijd daarvan per handeling en daarmee per opleidingsgroep. Dit vormde de grondslag voor de berekening van de omvang van de formatie en kon ook worden gebruikt ten behoeve van de taakverdeling en planning binnen het secretariaat.

Met de urentabellen en normeringen voor docenten en de draaiboeken voor het opleidingsgebonden administratieve werk was het belangrijkste deel van de kosten per opleidingsgroep gekwantificeerd en daarmee te berekenen (en toe te rekenen). De andere kostensoorten (zoals huisvesting, leermiddelen, organisatiekosten en management) werden langs andere routes in de kostprijs versleuteld. Ook kon de inzet van het onderwijzend en ondersteunend personeel nu beter worden geraamd en gepland.

Advertenties